tagRomans en NovellasSeksgodin Nerevar Deel 03

Seksgodin Nerevar Deel 03

byDarkBee©

Seksgodin Nerevar - deel 3

Hoofdstuk 15

In de bibliotheek van de Hal van Wijsheid was Mehra nergens te bekennen, dus Mirusa vroeg een andere medewerker waar ze haar dan kon vinden. De man verwees haar naar haar kamer, die vlakbij was.

De deur zat op slot, dus Mirusa moest even wachten tot de wachter weg was en brak het slot open. Recht voor haar, bovenop de kledingkast van Mehra, lag een briefje aan Amaya, het codewoord dat Caius haar gegeven had. In de brief stond dat ze naar het Ministerie van Waarheid moest om daar wat te doen en ze had wat drankjes die voor Levitatie zorgden achtergelaten, mocht Amaya die spreuk niet kennen. Caius had haar al gewaarschuwd en in het briefje stond het ook: wees op je hoede en probeer zo ongezien mogelijk binnen te komen. Een vriendin van Mehra zou voor een sleutel zorgen voor de buitendeuren, de overige sleutels lagen binnen. Er werd ook gevraagd om twee papieren met de spreuk Goddelijke Interventie mee te nemen, als ontsnappingsplan.

Dit betekende dat Mehra Milo gevangenzat in de zwevende gevangenis die door de Tempel het Ministerie van Waarheid werd genoemd en dat Mirusa haar moest komen bevrijden. Mirusa pakte het briefje en de drankjes die Mehra had achtergelaten mee en ging naar buiten. Ze dronk een drankje en zweefde omhoog. Aan de linkerkant van het zwevende stuk steen stond een vriendin van Mehra, een bewaker.

"Ik zal wel zeggen dat je me hebt betoverd en daarna mijn sleutel hebt afgepakt. Hier, neem deze sleutel en wees voorzichtig: laat je niet pakken en dood niemand, anders heb je een groot probleem."

Mirusa bedankte de vrouw, nam de sleutel aan en controleerde haar voorraad drankjes en spreuken die voor (gedeeltelijke) onzichtbaarheid konden zorgen. Ze liep, zoals de vrouw die haar de sleutel had gegeven had aangeraden, naar de achterste deur en opende hem. Zodra ze binnen stond, dronk ze een drankje om onzichtbaar te worden en sloop het Ministerie binnen, op zoek naar de cellen waar ook Mehra gevangen gehouden werd.

De tocht naar de cellen was zenuwslopend, en even dreigde Mirusa zonder Onzichtbaarheid of Kameleon te komen, maar toen dacht ze aan de spullen die Caius haar had meegegeven. Het waren een broek en shirt die haar hielpen beter te kunnen sluipen en voor minder zichtbaarheid zorgden. Ze trok ze aan en activeerde hun magie. Voorzichtig sloop ze naar het hoogste gedeelte van het Ministerie en opende de deur die naar de cellen leidde.

Nog steeds onzichtbaar dronk ze een drankje en zweefde over de onwetende bewakers heen naar de cellen. Op goed geluk kraakte ze het slot van de meest rechtse cel. Toevallig was dit de goede cel en Mirusa stond bij Mehra in de cel. Ze overhandigde haar een spreuk van Goddelijke Interventie en voordat ze haar amulet gebruikte, vertelde Mehra haar dat ze met de andere kapitein moest praten, de vrouw wier boot links in de haven van Ebonheart lag. Ze moest vragen of ze haar 'ging vissen', dan zou ze Mirusa naar de geheime tempel van Holamayan brengen, waar Mehra heen zou vluchten. Deze tempel was een veilige haven voor de Dissidente priesters, priesters die het niet eens waren met de doctrine van de tempel en op zoek waren gegaan naar de waarheid over het Tribunaal en alles wat daarmee samen hing.

Mirusa gebruikte haar amulet en een paar tellen later stond ze voor de deur van de Imperiale Cultus in Ebonheart. Ze liep naar de dokken en praatte met de vrouw die haar naar Holamayan zou brengen. Voordat ze daarheen zouden gaan, nam de kapitein haar mee naar haar kajuit; de vrouw zei dat ze eerst een gunst wilde voordat ze de vriendin en bevrijder van Mehra zou meenemen. Op deze manier zou ze haar kunnen vertrouwen.

De kapitein vroeg of Mirusa zich wilde uitkleden. Zonder morren deed Mirusa al haar pantser af en trok haar onderkleren uit. Naakt ging ze op het bed van de kapitein liggen. De oudere vrouw kleedde zich ook uit en ging bovenop Mirusa liggen, met haar behaarde en gerimpelde poesje vlak boven haar gezicht.

"Doe je best, dan doe ik dat ook." Met deze woorden stortte de vrouw zich op het kutje van Mirusa. Ze tilde haar hoofd op en likte het poesje van de vrouw.

In standje 69 likten de twee vrouwen elkaar naar een hoogtepunt. De kapitein bedankte haar en zei dat ze Mirusa nu naar Holamayan zou brengen. Mirusa bleef op het bed liggen en rustte uit; het sluipen door het Ministerie van Waarheid was een inspannende bezigheid geweest en Mirusa had dringend slaap nodig.

Toen ze een paar uur later wakker werd voelde ze zich slimmer, behendiger en voelde dat haar geluk was toegenomen. De boot was al een tijdje aangemeerd aan het dok van de geheime tempel, maar de kapitein had Mirusa laten slapen. Ze ging van boord en praatte met een andere vrouw, die haar terug kon brengen naar Ebonheart.

Voordat ze door Mirusa bevrijd was, had Mehra verteld dat de geheime tempel alleen open was rond 6 uur 's ochtends en 6 uur 's avonds. Mirusa wachtte voor de ingang van de tempel tot het 6 uur was en sprong op toen de enorme stenen overkapping die voor de ingang zat omhoog schoof en de deur vrijgaf. Mirusa ging naar binnen.

Hoofdstuk 16

Binnenin praatte ze met een vrouw die in een ruimte vol altaren stond en hoorde dat Mehra met de leider van de Dissidente Priesters, Gilvas Barelo, aan het praten was. Mirusa zocht hen op en praatte uitvoerig met Barelo over de Tempel, Nerevar en de Cultus, Dagoth Ur en het Zesde Huis. Hij gaf haar een berg aan informatie en een hoop boeken en pamfletten met samenvattingen van alles wat de Dissidente priesters hadden verzameld. Met deze informatie moest Mirusa terug naar de Wijze Vrouw van de Urshilaku. In plaats van de boot te nemen gebruikte ze haar amulet van Goddelijke Interventie en kwam uit in Sadrith Mora. Van daaruit nam ze de boot naar Dagon Fel en verder naar Khuul. Na een lange wandeling en een stukje vliegen over de heuvels kwam ze aan in het kamp van de Urshilaku en zocht de Wijze Vrouw op.

Mirusa vertelde van de Verloren profetieën en alles wat ze had gehoord omtrent de Nerevarine, Dagoth Ur en het Zesde Huis. De Wijze vrouw verzocht haar om haar tent te verlaten en haar te laten nadenken totdat de maan aan de hemel zou staan. Daarop besloot Mirusa om naar de dichtbij gelegen Daedrische ruïne te gaan, misschien viel daar nog wat te halen.

Nadat Mirusa de ruïne had uitgekamd en maar net een gevecht met twee Dremora had overleefd, ging ze terug naar de Wijze vrouw van de Urshilaku. Ze had goed nagedacht en vertelde Mirusa dat ze de eerste twee proeven - ze was geboren op een onbekende dag uit onbekende ouders en ze had de vloek van het vlees (corprus) overleefd - met glans had doorstaan, mocht ze nu de derde van de zeven proeven gaan uitvoeren om te bewijzen dat ze inderdaad de reïncarnatie van heer Nerevar was. Omdat de Wijze vrouw haar niet mocht of kon vertellen over de derde proef, werd Mirusa naar de leider van het kamp doorgestuurd.

Hij vertelde haar dat ze naar de dichtstbijzijnde Donkere Elf-basis genaamd Kogoruhn moest gaan en daar drie dingen moest ophalen en die naar hem brengen, om zich te bewijzen als krijgen. Ze moest een stukje afscheiding van een met corprus geïnfecteerd monster, een beker van het huis Dagoth en een betoverd schild meenemen uit Kogoruhn.

Kogoruhn was niet zo ver lopen vanaf het kamp en een paar minuten later stond Mirusa aan de voet van het immense gebouw. Via de grote trap ging ze omhoog en ging eerst één van de kleine gebouwtjes binnen die op het plein stonden.

Binnenin vond Mirusa Mindere Dagoths, onderdanen van Dagoth Ur. Ze moest eerst zijn toverkunsten ontwijken die hij in de vorm van gif en bliksem op haar afstuurde, voordat ze hem kon neerschieten met een paar goed gemikte schoten. Het gevecht duurde lang en de mindere Dagoth had alleen een vreemd magisch amulet bij zich.

In de andere gebouwen van Kogoruhn huisden twee andere mindere Dagoths: in het tweede gebouwtje zat, net als de eerste een Verheven Slaper en in het derde gebouw trof Mirusa een Asgeest aan. Deze laatste was minder sterk dan de Verheven Slapers, maar nog steeds geen makkelijk gevecht. Ook zij hadden hetzelfde amulet bij zich als de eerste mindere Dagoth. In het derde gebouw zag ze de beker van Huis Dagoth.

"Als ik weer terug in het kamp ben moet ik toch maar eens proberen wat die dingen doen," dacht Mirusa bij zichzelf.

Ze ging het hoofdgebouw in. Binnenin trof ze een paar Asslaven, maar geen heftige tegenstand. De Asslaven schoten gemeen sterke bliksemstralen naar haar, maar konden door één pijl gedood worden, dus het enige dat Mirusa hoefde te doen, was hun bliksem te ontwijken en daarna een pijl door hun hoofd heen te jagen. Ze ging de trap af naar de volgende verdieping.

Hier werd de tegenstand al wat meer: nog meer Asslaven en af en toe een Asgeest en een paar Vuurelementen. In het hele gebouw, of althans het gedeelte dat ze tot nu toe had onderzocht, had Mirusa verdacht weinig bonussen gevonden.

Nadat ze deze verdieping had schoongeveegd ging ze verder omlaag. Daar trof ze, in plaats van een soort ringvormige gang om alle kamers heen een rechtdoorgaande gang die uitkwam op een grotere hal met twee deuren. Op goed geluk koos Mirusa de deur recht voor haar. Nadat ze nog een Vuurelement had neergeschoten en zijn Vuurzout had meegenomen, liep ze door. Ze kwam bij een trap uit die naar beneden liep en ging verder, nadat ze het slot gekraakt had.

Op deze verdieping trof ze een soort riolering aan, een beetje zoals in Vivec. Hier liepen alleen een Corprusloper en een Asslaaf en Mirusa had geen moeite met ze: van een afstand schoot ze hen neer met haar boog. Ze ging een bruggetje over en nam wat afscheiding mee van de Corprusloper, die had ze nodig voor Sul-Matuul.

Nadat ze een tijdje had rondgelopen door de gangen kwam ze uit bij een uitgehakt gangetje dat naar een deur leidde. Ze ging de deur door en stond in een grot, die een beetje leek op de basis van het Zesde Huis waar ze eerder was geweest, Ilunibi.

Ze schoot en sloeg nog een Vuurelement neer en sloeg rechtsaf een gang in. Ze kwam voor een deur te staan en opende die.

Achter deze deur zag ze een Asgeest. Ze ontweek zijn tovenarijen en schoot hem neer. Ook hij had weer zo'n amulet bij zich. Voor zich zag ze een schild liggen glimmen. Ze nam het mee en merkte dat dit het schild was dat Sul-Matuul haar had gevraagd mee te brengen. Mirusa had nu alles wat ze moest halen voor het eerste deel van de Derde proef. Ze heelde zichzelf en repareerde haar pantser en wapens en liep naar buiten.

Buiten was een stofstorm opgestoken en Mirusa zag bijna niets. Via haar kaart vond ze de weg terug naar het kamp en liep naar de tent van de leider. Ze wilde hem de spullen geven, maar ze mocht ze houden. Sul-Matuul gaf haar het tweede deel van de test, in de vorm van een raadsel:

"Het oog van de naald ligt in de tanden van de wind; de mond van de grot ligt in de huid van de parel; de droom is de deur en de ster is de sleutel. Dit is de test van Wijsheid, zoals je hiervoor de test van de Krijger hebt ondergaan. Vraag aan de mensen in het kamp of zij je kunnen helpen."

Mirusa had geen idee waar hij het over had, dus volgde ze zijn raad op en ging aan de andere kampbewoners vragen wat hij bedoelde. Ze ging eerst naar de Wijze vrouw. Zij zei dat "de ster is de sleutel" misschien refereerde aan de ster van Azura, die alleen zichtbaar is tijdens zonsopgang en -ondergang, ongeveer tussen 6 en 8 uur. Van andere Aslanders kreeg ze te horen dat het oog van de naald zou kunnen refereren aan een hoge rots aan het begin van de Vallei van de wind, een van de twee valleien aan de noordoostelijke kant van de Rode Berg. De huid van de parel zou een stuk witte steen op de top van de rots kunnen zijn. De tanden van de wind zouden de tanden van Airan kunnen zijn, twee hoge rotspieken die het begin van de Vallei van de wind aangeven. Op haar kaart kruiste iemand de Daedrische ruïne van Zergonipal aan en vertelde haar dat het daar vlakbij was.

Dit was al een stuk duidelijker en Mirusa ging op pad. De noordoostkant van de Rode Berg was een eindje lopen, maar Mirusa vond al gauw twee parallel aan elkaar lopende valleien. Een daarvan was gemarkeerd door twee hoge rotsen, dus dat moest de Vallei van de wind zijn. Ze vond een grot in de vallei, maar de deur was dicht. Mirusa wachtte tot het ongeveer tussen 6 en 8 moest zijn. Toen ze de ster van Azura zag, ging ze naar binnen. In de handen van een standbeeld lag een magische ring, de Één-clan-onder-de-Maan-en-Ster, het bewijs dat de drager ervan de reïncarnatie van Nerevar was.

Nadat ze de ring pakte verscheen er een geest. De vrouw vertelde haar dat zij Azura was en dat ze niet bang moest zijn.

"Vele helden voor jou hebben het pad van de Nerevarine bewandeld, maar hebben gefaald. Hopelijk lukt het jou wel. Voordat ik je dit geschenk geef, vraag ik eerst een offer van je."

"Alles wat u maar wenst, vrouwe," antwoordde Mirusa.

"Kleed je uit en laat me je bekijken. Ik wil de tekenen van de Corprus die je hebt overwonnen met eigen ogen zien."

Mirusa kleedde zich uit en Azura bekeek haar van alle kanten. Plotseling voelde Mirusa iets tussen haar benen en het ging bij haar naar binnen.

"Fascinerend," was het enige dat Azura zei en ging verder met haar interne onderzoek. Mirusa zag niet wat de godin deed, maar kreeg het warm en haar poesje begon nat te worden. Plotseling voelde ze een steek in haar onderbuik en direct daarna overspoelde een golf van genot haar hele lichaam. Mirusa zakte door haar knieën en viel op de grond, waar ze lag te schokken van het orgasme dat Azura bij haar had veroorzaakt.

Nadat Mirusa weer kon staan trok ze haar pantser aan. Azura richtte het woord weer tot haar en zei:

"Je bent inderdaad genezen van Corprus en je lichaam heeft vreemde veranderingen ondergaan. Dit is onomstotelijk bewijs dat jij de reïncarnatie van Nerevar bent. Daarom geef ik je dit geschenk," en ze gaf Mirusa de Maan-en-Ster, hét bewijs dat de drager van deze ring de Nerevarine is," zullen de mensen je herkennen als Nerevarine. Ga, mijn kind. Mogen de goden met je zijn."

Hierna verdween de vrouw, Mirusa in verwarring achterlatend, maar met het bewijs dat zij Nerevar was, of zou worden, om haar vinger.

Mirusa keek om zich heen en zag her en der nog meer geesten in de grot. Een voor een sprak ze hen aan en van ieder van hen kreeg ze een geschenk, het ene geschenk meer waard dan het andere. De mensen die de geesten ooit waren, hadden net als Mirusa geprobeerd om Nerevarine te worden, maar hadden gefaald.

Mirusa liet een paar dingen die ze niet kon gebruiken achter in de grot en keerde, beladen met geschenken en andere dure vondsten, terug naar het kamp. Ze ging naar de tent van Sul-Matuul en hij feliciteerde haar met deze grote overwinning en prees haar als de nieuwe Heer (of in dit geval Vrouwe) Nerevar en zei dat ze de Derde proef met glans had voltooid. Ook gaf hij haar het geschenk dat onomstotelijk bewees dat de Urshilaku haar als Nerevarine vereerden. De Vierde en Vijfde proef zouden makkelijker zijn.

Voordat ze terug ging naar de bewoonde wereld, sprak ze uitgebreid met Sul-Matuul en de Wijze vrouw en zij gaven Mirusa uitgebreid uitleg over de volgende proeven en de locaties waar ze die kon vinden.

Hoofdstuk 17

Voor de Vierde en Vijfde proef moest ze de overige Aslander-clans en de grote Huizen ervan overtuigen dat zij hun Nerevarine dan wel Hortator (oorlogsleider) was. Om dit voor elkaar te krijgen moest ze langs elk kamp van de Aslanders en langs alle raadslieden van de grote Huizen gaan om hen te overtuigen.

Sul-Matuul gaf haar de locaties van de Aslander-kampen, maar Mirusa had die al op haar kaart staan. Eerst zou ze langs de grote Huizen, Hlaalu, Redoran en Telvanni gaan om hun raadsmensen te overtuigen dat zij tot hun Hortator of Oorlogsleider zou moeten worden benoemd.

Vanuit het kamp van de Urshilaku gebruikte Mirusa haar amulet van Almsivi Interventie om in Ald'ruhn te komen. Dit Huis was het eenvoudigst om in één keer te doen, omdat alle raadsmensen in hetzelfde gebouw hun woningen hadden. Vanaf de tempel was het maar een klein stukje lopen.

Mirusa ging het enorme gebouw, dat naar het scheen vroeger het exoskelet van een gigantische Modderkrab was geweest. Binnenin zag ze langs de rand van het gebouw de deuren die naar de huizen van de raadsmensen van Huis Redoran leidden. Ze ging het eerste gebouw binnen. Na wat rondvragen werd ze naar achteren verwezen, waar Bolvyn Venim zijn kamers had. Hij wilde haar niet tot Hortator benoemen, niet zolang hij de scepter zwaaide over Huis Redoran.

Teleurgesteld ging Mirusa naar het volgende huis. Dit was echter niet een huis van een van de raadsmensen maar een hal van de Morag Tong, een organisatie van huurmoordenaars die onder de wet opereerden en door iedereen die genoeg geld had een moord uitvoerden. In tegenstelling tot de Duistere Broederschap werkten zij volgens strikte regels.

Voordat Mirusa lid kon worden, moest ze eerst de huidige Grootmeester, Eno Hlaalu, vinden ergens in Vivec. Alleen hij kon nieuwe leden aannemen. Mirusa schreef het op en ging naar het volgende gebouw.

Miner Arobar wist niet zeker of hij Mirusa wel kon geloven en zou met zijn collega's overleggen. Hetzelfde was het geval bij Brara Morvayn en Garisa Llethri. Pas bij Athyn Sarethi kreeg ze een andere reactie: zijn zoon was gevangengenomen door Bolvyn Venim. Voordat Sareti Mirusa tot Hortator zou benoemen, moest ze eerst zijn zoon bevrijden. Sarethi waarschuwde haar om Bolvyn Venim zelf niet te vermoorden, omdat anders de andere raadsmensen dan kwaad zouden worden en haar zeker niet tot Hortator zouden benoemen.

Voordat Mirusa naar het huis van Venim terugging, ging ze eerst naar Hlaren Ramoran, maar ook hij wist niet zeker of Mirusa wel geschikt was om Hortator te worden. Mirusa ging terug naar het huis van Bolvyn Venim. In de rechtervleugel van het gebouw zag ze een briefje op een bank liggen met een sleutel erop. Op het briefje stond een aanwijzing voor bewakers om hun 'speciale gast' goed te bewaken en dat hij achter het wandkleed gevangen zat.

Er was maar één bewaker aanwezig in de ruimte en Mirusa liep op hem af. Ze fluisterde wat in zijn oor en hij keek haar met grote ogen aan. Ze gaf hem een knipoog en de bewaker snelde weg. Mirusa lachte hardop toen de bewaker was weggerend. Ze had hem verteld dat zijn vrouwelijke collega in een slaapkamer achterin het huis op hem lag te wachten, naakt op een bed liggend. Snel pakte ze de sleutel en opende de deur achter het wandkleed. Een jonge man, gekleed in slechts een oude broek en schoenen, stond in de kamer. Ze sprak hem aan en hij volgde haar.

In de ontvangsthal had Mirusa het minder makkelijk: zodra de bewakers daar zagen dat ze hun gevangene had bevrijd, vielen ze haar aan. Mirusa kon de zoon van Athyn Sarethi nog net toeroepen dat hij moest wachten bij de deur en zich gedeisd moest houden, terwijl ze het gevecht aanging met de zwaarbewapende en zwaargepantserde bewakers.

Voordat de twee bewakers bij haar waren, had ze een spreuk over zichzelf uitgesproken die haar pantser wat sterker maakte. Ook had ze een spreuk klaar die de bewakers allebei zou verbranden, maar niet volledig. Met haar spreuk, zwaard en schild in de aanslag zag ze de twee bewakers op haar af rennen. De vrouw was als eerste bij haar. Mirusa ving de eerste klap op met haar schild en sloeg de vrouw, maar haar pantser was sterk en ze had er nauwelijks last van. Het enige dat ze niet droeg, was een helm, dus Mirusa probeerde haar slagen vooral hoog te richten.

Met enig geluk ontweek ze de volgende slag, maar de vrouw raakte Mirusa direct daarna vol op haar borst. Het zwaard drong een stukje in haar pantser en stootte haar een paar stappen achteruit. De andere bewaker kon er niet langs en bleef achter de vrouw wachten totdat hij mocht vechten.

Report Story

byDarkBee© 0 comments/ 2429 views/ 0 favorites

Share the love

Report a Bug

Volgende
3 Pages:123

Forgot your password?

Please wait

Change picture

Your current user avatar, all sizes:

Default size User Picture  Medium size User Picture  Small size User Picture  Tiny size User Picture

You have a new user avatar waiting for moderation.

Select new user avatar:

   Cancel