tagGedachte ControleDe Gave. Deel 04

De Gave. Deel 04

byLefreak©

Hoofdstuk 4: een kelnerin gered.

Nadat ik thuisgekomen ben van mijn escapades met Marion, hebben mijn moeder en ik woorden. Nee, het gaat niet over Marion. Mijn escapades met haar en wat ik nog van plan ben te doen, lijken Claire eerder te amuseren dan dat ze jaloers is.

We zijn het grondig oneens over mijn studiekeuze. Eigenlijk heb ik niet veel zin om verder te studeren. Het liefst zou ik thuisblijven, lekker niets doen en me amuseren met een knappe griet die ik ergens zou oppikken. Nou ja, zelf zie ik wel in dat dit geen realistisch toekomstperspectief is. Ik heb altijd aan de Hogeschool gedacht, met een voorkeur voor talen of toegepaste economie. Claire, mijn moeder, wil natuurlijk dat ik naar de universiteit ga. Vanuit haar eigen beroepservaring zou ze me nog het liefste voor rechten zien kiezen. Haar argumenten, zoals vaak, zijn beter dan die van mij. Het duurt wel vijf jaar in plaats van vier eer ik afstudeer. Maar een jaar in ons lange leven betekent niets, nietwaar. Met een diploma rechten kan je veel kanten uit. In het beroepsleven ontmoet je veel interessante en belangrijke mensen, die je dan naar je hand kunt zetten of er je profijt uit halen. Hard studeren moet ik trouwens niet doen. Als ik Claire mag geloven, heb ik sinds het doorbreken van mijn talenten een fenomenaal geheugen en inprentingvermogen.

Vrijdagmorgen merk ik dat ze gelijk heeft. Ik surf naar de site van de dichtstbijzijnde universiteit, slechts op tien kilometer van thuis. Ik overloop in vogelvlucht de ene webpagina na de andere, verbaast dat ik informatie lijk te absorberen als een spons water. Als proef op de som haal ik mijn oude handboek fysica van onder het stof. Het is nooit mijn favoriete leervak geweest en ik heb water en bloed gezweet om het te blokken. Ik begin snel een hoofdstuk te lezen dat we nooit hebben moeten kennen. Dan wacht ik een half uurtje en blader naar het deel achteraan waar vragen over elk hoofdstuk staan. Een paar daarvan zijn knap moeilijk, vooral dan de toegepaste vraagstukken. Enigszins tot mijn verbazing weet ik ze allen op te lossen.

Ondertussen is het bijna middag. Ik besluit ergens een kleinigheid te gaan eten en dan Marion eens op te zoeken.

Toevallig kom ik voorbij het restaurant waar mijn moeder en ik woensdagavond hebben gegeten. Ik stap naar binnen en zet me neer aan het enige tafeltje, dat nog vrij is. Veel personeel van het aanpalende winkelcentrum komt hier zijn middagpauze houden. Ik bestel pizza en een frisdrank. Een jong verkoopstertje kijkt een paar maal naar me om en glimlacht dan uitnodigend. Ik kijk echter rond of ik de kelnerin van eergisteren niet zie. Teleurgesteld moet ik vaststellen dat ze geen dienst heeft.

Bij het betalen informeer ik naar haar. De dienster schudt het hoofd en zegt dat ze sinds gisteren niet is komen opdagen. Ik vraag haar de baas te spreken. Even later staat die aan mijn tafel. Ik vertel hem dat ik eergisteren mijn identiteitskaart ben vergeten en dat het Aziatische meisje die mogelijk gevonden heeft. Hij bekijkt me even argwanend en zegt dat hij van niets weet. Ik oefen wat lichte mentale dwang op hem uit en hij schrijft haar naam en adres op een bierviltje.

"Ik moet je wel zeggen dat ik haar gisteren ontslagen heb." Zegt hij, terwijl ik het stukje karton snel in mijn binnenzak steek.

"O, ja?"

"Die louche vriend van haar is gisterenmiddag ophef komen maken. Het stond hem niet aan dat een klant vriendelijk tegen haar deed."

"Heeft ze een vriend?"

"Een zogenaamde vriend. Ik ken zijn reputatie... Het is in feite een pooier die leeft van een aantal meisjes die hij in bars heeft geplaatst... Vermoedelijk is hij met Mona hetzelfde van plan. Ik snap niet hoe een slimme meid als zij zich door een vent als hij laat vangen."

"Ik praat wel met haar." Zeg ik met een zelfverzekerd knikje.

"Pas op, die man is niet ongevaarlijk."

Een paar tellen later sta ik op straat. Ik haal het bierviltje uit mijn binnenzak.

Mona Carvente is de naam van het meisje. Ze woont achter het station, in een der meest ongure buurten van het dorp. Is het sop de kool waard, vraag ik me af? Ik sta even in dubio en besluit het er toch op te wagen, vertrouwend op mijn mentale krachten.

Ik sta in de desolate straat voor het desolate flatgebouw en zoek de bel met haar naam. Ik heb net gevonden wat ik zoek en wil op de belknop drukken, als ik achter me een dreigende, blaffende stem hoor.

"Hé broekie, wat moet je?"

Ik draai me om, direct op mijn hoede.

Twee meter achter me staat een type wiens dure maatpak en dito Italiaanse schoenen hem er alleen nog meer onguur doet uitzien. Hij heeft kleine, kille ogen waarmee hij me schattend opneemt. Hij heeft lang, sluik haar dat in vettige slierten van zijn kalende schedel afhangt. Hij lijkt ongeveer midden de veertig. Hij is mager en pezig, ongeveer een half hoofd groter dan ik. In zijn linkerhand heeft hij een attachékoffertje. Zijn rechterhand zit diep in een zak van zijn overjas die hij ondanks het warme weer draagt.

Ik maak contact met zijn geest en schrik van de agressie en de haat die er letterlijk aan het koken is. Zijn rechterhand omvat een springmes dat niet zal aarzelen om bij de minste dreiging te gebruiken. In het koffertje zit een kleine zevenduizend Euro, de weekverdiensten van de meisjes die voor hem werken.

Met Mona, wiens vertrouwen hij heeft kunnen winnen met een begrijpend oor, door zijn handen thuis te houden en door een paar maal haar huishuur te betalen, heeft hij niet veel goeds voor. In feite komt hij haar nu halen om haar naar een afgelegen bar op het platteland te brengen, waar hij en een vriend haar de kneepjes van het vak zullen bijbrengen.

"Ik heb je iets gevraagd." Snauwt de man als ik niet reageer.

"Ik kom kijken hoe het met Mona gaat. Omdat ik haar al een paar dagen niet gezien heb, maak ik me een beetje zorgen." Antwoord ik zo onschuldig mogelijk.

"Het gaat goed met haar. Maak je nu maar uit de voeten." Hij grijnst en laat een rij vaalwitte, ongetwijfeld valse tanden zien.

"Jij moet Alfredo de pooier zijn." Zeg ik met een fijn glimlachje. "Wat zij in jou ziet is me een raadsel. Je hebt verdomme een kop om van te kotsen."

Hij kijkt me met uitpuilende ogen aan, terwijl zijn ziekelijk bleke gezicht snel hoogrood wordt.

"Ik snij je ballen af, hoerenjong!" Brult hij.

Vliegensvlug zet hij het attachékoffertje neer en springt naar voren. Het lemmet van het springmes, dat hij een paar tienden van een seconde eerder nog in zijn zakken had, glinstert het zonlicht.

Gelukkig heb ik hem mentaal in mijn macht en heb ik goed onthouden wat mijn moeder me allemaal heeft verteld. De pooier is een volleerde en gewetenloze straatvechter die van plan is me lelijk toe te takelen.

Op het moment dat hij wil toesteken, doe ik al zijn spieren verkrampen. Midden in een beweging blijft hij stokstijf staan, net als in een video waar men op de pauzeknop drukt. Een gorgelend geluid komt uit zijn keel, spreken of roepen kan hij ook al niet meer. De blik in zijn ogen verandert van woede in haat en verbazing, en ten slotte in angst.

Vluchtig kijk ik even rond mij en laat mijn blik over de ramen van het flatgebouw voor me dwalen. Het enige dat ik zie is een metaalgrijze BMW, een paar meter van ons verwijderd, vermoedelijk de auto van de pooier. Als ik de zekerheid heb dat we alleen zijn, ga ik het koffertje oprapen en posteer me met een minachtende glimlach voor hem. Hij ademt moeizaam en begint er asgrauw uit te zien.

"Het ziet er naar uit dat het niet voor vandaag zal zijn." Hoon ik.

"Uh... UUUUh..." Brengt Alfredo moeizaam uit.

"Als je het mij vraagt ben je langzaam aan het stikken." Zeg ik hoofdschuddend.

Ik wrik het springmes uit zijn verkrampte vingers en druk op de knop die het lemmet terug in de houder doet springen.

"Duur spul." Zeg ik, het parelmoeren handvat in mijn handen ronddraaiend en met mijn voet een tik tegen het koffertje gevend. "Ik hou die twee wel bij als souvenir... Mona zal ook wel een centje kunnen gebruiken, denk ik."

De man kijkt me smekend met bloeddoorlopen ogen en trillende onderlip aan. Beeld ik me het in, of is er rond zijn lippen een blauwe schijn zien?

Ik heb de greep op zijn geest blijven vasthouden. Ik weet dat zijn hart het langzaam aan het begeven is en dat hij steeds minder lucht in zijn longen krijgt. Veel medelijden roept hij bij me niet op. Een groot verlies voor de mensheid betekent hij niet.

Plots zie ik een grote, zich uitbreidende vochtvlek rond zijn kruis verschijnen, tegelijk meen ik een poepgeur te ruiken.

"Jij ouwe smeerlap, je bent in je broek aan het doen." Zeg ik walgend.

Hoofdschuddend draai ik me om en druk op Mona's bel. Van zodra ik het zoemen van het magneetslot hoor ga ik binnen. Die domme griet heeft zelfs niet gevraagd wie ik ben.

Als ik nog een laatste maal omkijk zie ik de pooier door zijn knieën zakken en omver vallen. Met glazig wordende ogen blijft hij bewegingsloos liggen.

Op het naamkaartje staat de eerste verdieping vermeld. Ik loop de trap op die zich recht voor me bevind.

"Alfredo, ik dacht al dat je niet meer ging komen." Roept Mona Carvente blij als ze me hoort aankomen.

Haar glimlach verdwijnt als sneeuw voor de zon als ze me ziet.

Haar appartement bevindt zich vlak bij de traphal. In een paar passen ben ik bij haar, klaar om ook haar aan mijn wil te onderwerpen.

Mona is klein en slank, precies zoals men zich een jonge Filippijnse voorstelt. Ze heeft dik, glanzend, zwart haar tot halfweg haar rug, vlezige lippen en grote, donkere ogen. Ze heeft een paar stevige tieten, niet overdreven groot. Net passend in mijn handen, denk ik. Ik ben er zeker van dat ze geen behaatje draagt. Haar tepels staan donker afgetekend in een afgedragen, veel te krap T-shirt. Een strakke jeans doet bovendien haar kontje ook goed tot zijn recht komen.

Ze kijkt me verbaasd en op haar hoede aan. Mijn gezicht komt haar niet onbekend voor, maar ze weet niet van waar.

"Waar is Alfredo? En wie ben jij?" Vraagt ze.

"Ik ben Wim... Wim Bouman." Stel ik me met een ontwapenende glimlach voor, terwijl ik haar tegelijk mentaal gerust stel en haar ontvankelijk maak voor mijn suggesties. "Ik ben een vriend van Alfredo. Hij heeft me net opgebeld. Zijn wagen wil niet starten en hij heeft me opgedragen om je te komen ophalen."

Ze kijkt me wantrouwend aan en blokkeert de deur tot haar appartement. Een ogenblik later fleurt ze op.

"Sorry, maar nu herken ik je plots." Mona stapt opzij om me door te laten. "Sorry, maar in deze buurt moet je heel voorzichtig zijn."

"Ja, je had al moeten vragen wie ik was toen ik bij de deur stond." Zeg ik vermanend.

Ik stap de krappe inkomhal van het appartement in en inhaleer haar geur, goedkoop parfum vermengd met zweet.

"Ik weet het, maar als je eens weet hoe nerveus ik ben." Zei ze verontschuldigend. "De huisbazin wil maandag al de sleutels. Ik moet dus vandaag alles inpakken en ik ben nog niet begonnen... Het zijn gelukkig maar een paar koffers."

Door wat oppervlakkig gedachtelezen weet ik dat ze een gemeubeld appartement bewoont dat ze op weekbasis huurt. Alfredo is zo verstandig geweest haar woonst te laten opzeggen, zodat ze zonder een spoor na te laten kan verdwijnen. Familie of vrienden heeft ze niet of ze heeft er geen contact meer mee. Ze is een naïef en aanhankelijk meisje dat uit een wankel gezin komt en te vroeg op eigen benen is komen te staan. In Alfredo, blijkbaar een kampioen in lieve woordjes, denkt ze de ideale vaderfiguur gevonden te hebben.

"Die passen wel in mijn auto." Zeg ik.

Mona opent de deur naar de woonkamer.

Het appartement, eigenlijk een grote studio, ademt armoede, ouderdom en verval uit. De meubels zijn aftands en versleten. De woonkamer is een kleine ruimte met net genoeg plaats voor een buffetkast, een tafel met twee stoelen, een kleine TV en een tot op de draad versleten divan.

"Zet je daar maar neer, let maar niet op de rommel. Ik wou net gaan opruimen." Mona wuift in de richting van de divan.

Ik zet me in de divan neer. Op het salontafeltje voor me staan de restanten van een kant en klare maaltijd en een kan koffie. Mona haalt een tas en schenkt me een kopje in. Dan zet ze zich aan de andere kant van de divan neer.

Zijdelings kijk ik haar aan. "Alfredo vertelde me dat hij een prachtige job voor jou gevonden heeft."

"O ja, in een heel sjiek restaurant heeft hij gezegd. Ik ga twee maal meer verdienen dan ik op mijn vorig werk verdiende." Reageert ze enthousiast.

Ondertussen ben ik druk bezig haar geest te bewerken. Wim is goed, hij is betrouwbaar en heeft de beste bedoelingen met Mona. Hij zal goed voor haar zorgen en haar een veilige toekomst bezorgen. Ik ontmoet wat weerstand. Telkens komt bij haar natuurlijk het beeld van Alfredo op de proppen. Ik begin twijfel bij haar te zaaien, twijfel die al lang bij haar op de achtergrond aanwezig is maar steeds onderdrukt is geworden. Alfredo is door en door slecht, wat trouwens waar is. Wim zal van haar houden en haar beschermen.

Ze kijkt met die grote, mooie kijkers van haar bang en verwachtingsvol naar me om. Ik hou haar blik in de mijne gevangen en glimlach.

Ondertussen ben ik beetje bij beetje haar geest aan het kneden en haar aan me te onderwerpen. Haar ontvankelijkheid verbaast me. Ze is mishandeld en misbruikt geworden door nagenoeg iedereen door haar pad heeft gekruist, door haar stiefvader, door vriendjes, door een paar collega's op het werk. Maar desondanks is ze zo naïef en wereldvreemd dat ze van de ene vernedering in de andere wandelt. Door haar onder mijn vleugels te nemen, bewijs ik haar in feite een dienst.

Ik nip van mijn lauw geworden koffie.

"Mona, ik moet je een paar dingen vertellen die misschien hard zullen aankomen." Zeg ik dan.

"Je bent helemaal geen vriend van Alfredo, nietwaar?"

"Nee, hij is niet mijn vriend maar hij is ook niet jouw vriend. Hij is een heel slecht mens. Ergens weet je dat zelf wel."

Zwijgend blijft ze me aankijken.

Allerhande gedachten malen door haar hoofd. Ik hoef slechts kleine zetjes te geven om haar van mijn gelijk te overtuigen. De ruzie gisteren heeft haar bang gemaakt. Ze heeft het mes gezien dat hij achter zijn rug verborgen hield tijdens de ruzie. De blik in zijn ogen had haar verteld dat hij niet zou aarzelen het te gebruiken.

"Mijn ogen hadden gisteren al moeten opengaan." Zucht Mona. "Die klant wou alleen maar vriendelijk zijn. Alfredo had het recht niet... Hij leek blij te zijn toen de baas zei dat ik dat ik mocht oprotten, alsof dat zijn bedoeling was."

"Hij beloofde jou direct gouden bergen."

"Een job in een klassevol restaurant op het platteland."

"Hij was wel degelijk van plan jou een job te bezorgen, maar wel ergens anders." Zeg ik grimmig. "Je zou in een bordeel terecht gekomen zijn, net zoals zovele meisjes die hij al in het verderf heeft gestort."

Geschokt kijkt Mona me aan.

Ik laat haar de tijd niet om te twijfelen aan mijn woorden. Voortdurend bewerk ik haar geest, houd ik haar voor waar ze aan ontsnapt is. Tegelijk ook doem ik als nieuwe reddersfiguur op, iemand die ze kan vertrouwen en aan wie ze haar lot volledig in handen legt.

"Maar ik zou nooit zoiets willen doen." Stamelt ze zachtjes.

"Je zou geen keuze hebben... Ze verkrachten je en ze slaan je in elkaar tot je wil gebroken is. Desnoods zetten ze een heroïnespuit in je arm."

"Verdomme, verdomme!" Vloekt Mona. "Ik kom blijkbaar alleen maar klootzakken tegen."

"Ik heb je net gered uit de hel." Verzeker ik haar.

Tranen springen in haar ogen.

"Het is een rotleven. Ik maak er beter een einde aan." Snikt ze.

Ik schuif op tot ik naast haar zit.

"Rustig meisje, rustig." Zeg ik sussend.

"Ik heb geen geld. Ik moet weg hier... Waar moet ik naartoe?"

Plots hoor ik het steeds luider wordende geluid van een sirene.

"Ik ben er nog. Vanaf nu zal ik voor je zorgen. Je hoeft zelfs niet meer te werken. Je kunt geheel en al op me betrouwen."

Mijn woorden dringen als priemen in haar weerloze, goedgelovige geest. Ze beschouwt me als een god die van nu af aan voor haar zal zorgen. Ze zal alles voor me doen, zonder me iets te kunnen weigeren.

Terwijl ik mijn gezicht in een zorgelijke plooi leg, geef ik haar een papieren zakdoek. Ze droogt haar tranen en snuit haar neus. Ik leg mijn rechterarm om haar schouders. Mijn linkerhand streelt haar dij. De vingers van mijn andere hand komen in contact met een kleine, stevige borst. Ze draagt inderdaad geen behaatje. Ik wil haar zo snel mogelijk neuken.

Even is Mona in paniek, maar een tel later is haar enige bekommernis het me zo goed mogelijk naar de zin te maken. Ze ontspant zich en kijkt me uitnodigend aan. Haar hand legt ze op de steeds groter wordende bobbel in mijn broek.

"Je zorgen zijn voorbij." Fluister ik in haar oor.

"Maar ik heb geen werk meer, en geen woonst." Fluister ze hees terug.

"Dat hoeft ook niet meer. Je doet het huishouden voor mijn moeder en ik. Wij zorgen er wel voor dat je niets meer tekort komt."

Ik vraag me af wat mijn moeder gaat zeggen als ik straks met Mona thuiskom. Vaak heb Claire haar horen zeggen dat een dienstmeisje geen overbodige luxe zou zijn. Ze heeft immers een dubbele dagtaak, na haar werk komt het huishouden. Het is een beetje haar eigen schuld. Nooit heeft ze gewild dat ik haar een handje toestak. Ik weet wel dat ze zal tegenpruttelen, zonder echter tegen me te durven ingaan. En ik heb er meteen een seksslavinnetje bij.

Ik haal mijn meest innemende glimlach te voorschijn. Ik neem met beide handen haar schouders beet en trek haar naar me toe. Ze draait zich naar me toe waardoor een schouder wordt ontbloot. Ik leg mijn hand in haar gebruinde nek en begin zachtjes te strelen. Mona legt haar hoofd op mijn borst.

"Kom schatje, kus mij." Zeg ik.

Ze kijkt me even met haar grote, bruine ogen aan, verlangend en onderworpen. Dan slaat ze haar handen om mijn nek en plant haar lippen op de mijne. Haar tong dringt hongerig mijn mond binnen, met een passie die me verbaasd.

Terwijl onze tongen met elkaar duelleren, glijden mijn handen naar beneden en verdwijnen onder de zoom van haar T-shirt. Ik streel haar huid die aanvoelt als zijde en beweeg ze langzaam langs de wervels van haar ruggengraat naar boven.

"Dit ondeugende meisje draagt geen beha." Constateer ik.

"Nee, nooit wanneer ik thuis ben." Zegt ze. "In feite heb ik dat niet nodig."

"Kom, laat me je tietjes eens zien."

Ik neem de zoom van haar T-shirt beet. Ze glimlacht een beetje verlegen naar me en steekt haar armen in de hoogte. Traag, om zo lang mogelijk van het ogenblik te genieten, doe ik het kledingstuk uit. Al die tijd hou ik oogcontact. Achteloos gooi ik het op de grond. Dan pas geef ik mijn ogen de kost.

Haar borsten zijn klein en stevig, appelvormig, met kleine, donkere tepels en grote aureolen.

"Je bent een verduiveld knap meisje, Mona." Zeg ik.

Teder begin ik haar vruchtjes te strelen. Ik voel een huivering door haar heen gaan als haar tepels hard en stijf als kiezelsteentjes worden. Ik buig me voorover om haar borsten te kussen en aan haar tepels te zuigen. Ondertussen is mijn lul helemaal stijf geworden en barst op een pijnlijke wijze bijna uit mijn broek. Mona heeft haar ogen gesloten en kreunt zachtjes. Als ik harder begin te zuigen, laat ze zich achterover zakken en trekt me op haar.

"Laat me je verder uitkleden." Zeg ik.

Ik ga op mijn knieën voor haar zitten en maak haar broeksknoop los en doe de ritssluiting naar beneden. Ze draagt een quasi doorschijnend, rood broekje. Nadat ze haar pantoffels heeft uitgeschopt, trek ik haar strakke jeans uit. Glimlachend merk ik de donkere vochtvlek op haar kruis op. Ik buig me voorover en geniet van het muskusachtige en zoute parfum van haar opgewonden poesje. Doorheen de dunne stof zie ik de contouren van haar schaamlippen duidelijk afgetekend.

"Dat zoete mosseltje van jou ziet er verdomd smakelijk uit. Ik ga het met huid en haar opvreten." Grijns ik.

Report Story

byLefreak© 0 comments/ 9158 views/ 0 favorites

Share the love

Report a Bug

Volgende
2 Pages:12

Forgot your password?

Please wait

Change picture

Your current user avatar, all sizes:

Default size User Picture  Medium size User Picture  Small size User Picture  Tiny size User Picture

You have a new user avatar waiting for moderation.

Select new user avatar:

   Cancel